Henri Matisse (1869-1954) in drie colleges


In 1905 zorgde hij met zijn vrije kleurgebruik en dynamische penseeltoets voor een ware revolutie. De kleuren zijn niet langer gebaseerd op de werkelijkheid, maar puur intuïtief en gevoelsmatige gekozen om een bepaalde emotie over te dragen. Deze nieuwe visuele taal was zo radicaal anders, dat Matisse en enkele bevriende kunstenaars neerbuigend als ‘Fauves’ (vertaling: Wilden) werden neergezet. Alles draait bij Matisse altijd om de verhoudingen tussen de kleuren. Begin jaren veertig ontdekte Matisse een volstrekt nieuwe manier van werken: met de schaar knipt hij uit vellen gekleurd papier, gestileerde organische vormen. Die vormen liet hij door zijn assistentes op enorme vellen papier vastprikken. Er ontstaan dan immense collages in helder, sprekende kleuren.

View of Collioure - Wikipedia
File:Henri Matisse, 1909, La danse (I), Museum of Modern Art.jpg - Wikimedia Commons

Matisse was niet de enige kunstenaar die zich concentreerde op de klank van kleur, maar in tegenstelling tot bijvoorbeeld Kandinsky, schilderde en tekende hij een wereld die bestaanbaar zou kunnen zijn, ook al is de gebaseerd op zijn fantasie. Hij abstraheert en vereenvoudigt, maar puur abstract wordt het beeld nooit. De visuele taal die Matisse spreekt blijft herkenbaar en geworteld is in de werkelijkheid. Gustave Moreau, Zijn leraar op de École des Beaux, had het al voorspeld: “Jij zult de schilderkunst vereenvoudigen”. En daarin slaagt Matisse. Altijd is hij op zoek naar vereenvoudiging, evenwicht en een betekenisvolle verhouding tussen de kleuren.

De rode kamer (harmonie in rood) - Wikipedia

In de eerste lezing staat vooral het fauvistische werk centraal uit de jaren 1904-1908). In dit werk wordt kleur vrij toegepast. Kleur refereert niet meer naar de zichtbare werkeljkheid, maar naar gevoel en emotie. Veel aandacht ook voor artistieke relaties en samenwerking met de andere “Wilden”, zoals André Derain, Jean Puy, Albert Marquet, Maurice de Vlaminck.

De tweede lezing gaat over de jaren van de artistieke doorbraak en de adembenemende kleurharmoniën uit het werk tussen circa 1908 en 1918. Matisse’s werk krijgt een monumentaal karakter. Diepte verdwijnt en contourlijnen worden geaccentueerd. Steeds blijft hij zoeken naar steeds eenvoudigere beeldtaal, opgebouw uit grote kleurvlakken. Invloed van zijn reizen naar Noord-Afrika en de Islamitische kunst zijn voelbaar in zijn vlakke composities evenals inspiratie op het kubisme. Ondank nog steeds vaak zeer vijandige reacties op zijn werk, wordt inmiddels door vele beschouwd – naast Picasso – als de grote vernieuwer van de kunst. Het aantal verzamelaar groeit gestaag en de prijzen die Matisse voor zijn werk kan vragen eveneens. Het betekent het einde van decennia financiële zorgen. In deze lezing veel aandacht voor zijn verzamelaars, waaronder de familie Stein Leo en Gertrude, Sarah en Michael), Sergej Sjtsjoekin, en de Cone-zusters uit Baltimore.

De derde lezing zoomt in op de jaren in Nice vanaf 1918 wanneer Matisse met zijn lichtvoetige voorstellingen van odalisken wereldberoemd wordt. Steevast is iedere tentoonstelling van zijn werk vanaf de jaren 20 succesvol. Echter ondanks het succes zoekt de Matisse naar een nieuwe, andere beeldtaal. Na een artistieke crisis eind jaren twintig en nogmaals eind jaren dertig voltrekt zich in de jaren 1940 ware revolutie, een complete metamorfose. In deze jaren ontdekt Matisse een volstrekt nieuwe manier van werken: met de schaar knipt hij uit vellen gekleurd papier, gestileerde organische vormen die afgeleid zijn van planten, vogels. Deze intens gekleurde vormen worden op grote vellen papier bevestigd. Het zijn collages waarvoor een beschouwer kan wegdromen en zijn associaties de vrije loop kan geven. Voor de tweede keer had Matisse de kunst een nieuw gezicht gegeven.

Henri Matisse Cutouts