Cursus – Fascinatie met het uiterlijk. Portretten
Door: Thera Fomer-von Oven
Waar en wanneer 1: Theater De Luifel, Heemstede op donderdag van 14:30 tot 16:30 uur op 22-10, 29-10 en 5-10
Waar en wanneer : Bibliotheek Haarlem, op dinsdag van 19:30 uur tot 21:30 uur op 27-10, 3-11 en 10-11
Kosten: € 60,-
Aanmelden: klik op de betreffend onderstaande knop

Scroll door de feed van Instagram en u ziet duizenden mensen die hun obsessieve fascinatie hun uiterlijk delen met de wereld. Wij worden er mee overspoeld. De fascinatie van de mens voor zijn of haar uiterlijk – hoe zie ik eruit, sta ik er goed op – is van alle tijden. Vanaf het moment dat men zich door een kunstenaar liet portretteren, spelen behalve de gelijkenis ook andere factoren een rol: het op dat moment geldende schoonheidsideaal, de gewenste uitstraling, de maatschappelijke positie van de geportretteerde of simpelweg de behoefte om indruk te maken door uiterlijk vertoon. Er werd geposeerd in kostuums gemaakt van kostbare stoffen, de dames droegen kostbare juwelen en de heren toonden trots hun ordetekens. Soms werd de entourage er ook bij betrokken: een kasteel op de achtergrond of de aanwezigheid van huispersoneel droeg bij aan de status van de opdrachtgever. In het zelfportret zien we dezelfde tendens maar daarin had de kunstenaar meer vrijheid. Het verkennen van de eigen identiteit speelt sinds het eind van de 19de eeuw een rol. De opkomst van de fotografie werd door kunstenaars gebruikt om in hun zelfportret te experimenteren met ‘gender’. Begrippen als queer en drag komen al voor lang voordat deze termen in zwang raakten.

De geschiedenis van het portret heeft vele ‘gezichten’. In deze cursus van drie bijeenkomsten staan wij stil bij de volgende onderwerpen:
Les 1: De Selfie/het zelfportret (Thera)
Voor kunstenaars was het zelfportret de manier om aan potentiële opdrachtgevers te laten zien wat ze in huis hadden. Jan van Eyck schilderde al in 1433 een zelfportret, Catharina van Hemessen was de eerste vrouwelijke schilder die zichzelf, in 1548, in haar atelier vereeuwigde. Zij werden gevolgd door een stoet van kunstenaars (m/v) die zich door middel van het zelfportret aan het publiek presenteerden: beroepsmatig achter de schildersezel, in voorname kleding om hun status te benadrukken of om te laten zien wat zij als portretschilder te bieden hadden. Schilders verkochten hun werk vaak vanuit hun atelier en de zelfportretten dienden als voorbeeld voor de potentiële opdrachtgever. Schilderessen beeldden zichzelf in modieuze kleding af om de vrouwelijke clientèle te inspireren. Voor sommige kunstenaars, zoals Rembrandt, was het zelfportret een middel om een bepaalde gemoedstoestand te onderzoeken. Ook in onze tijd speelt de fascinatie voor het uiterlijk in al zijn verscheidenheid een rol. Sommige kunstenaars gebruiken het zelfportret als ‘statement’ om hun visie op de maatschappij uit te dragen.

Les 2: Het familieportret (Emmelie)
Een familieportret is meer dan een afbeelding van mensen uit één familie. In de schilderkunst en de fotografie is het portret vaak een zorgvuldig samengesteld beeld waarin niet alleen de personen zelf, maar ook hun positie, status en onderlinge verhoudingen zichtbaar worden. De kleding, houding, gezichtsuitdrukking, voorwerpen en omgeving zijn zelden toevallig gekozen. In deze lezing bekijken we hoe kunstenaars door de eeuwen heen families hebben afgebeeld en welke verhalen de portretten ons vertellen. Wie wordt er prominent in beeld gebracht? Wie staat naast wie, en waarom? Wat vertelt de omgeving waarin de geportretteerden geschilderd zijn? Natuurlijk is een familieportret ook een belangrijke herinnering. We kijken niet alleen naar de artistieke kwaliteiten van de portretten maar proberen ook te ontdekken wat er achter de voorstelling schuil gaat. Zo komen we dichter bij de mensen die eeuwen geleden leefden, hun families vormden en zichzelf door middel van een schilderij voor de toekomst wilden bewaren.

Les 3: Het allegorische portret (Thera)
Een apart genre binnen de portretkunst is het allegorische portret, waarbij de beeltenis van de opdrachtgever werd gebruikt om een bepaalde boodschap uit te dragen. Het wordt ook wel aangeduid als ‘portrait historié’ omdat het meestal om historische figuren gaat. De geportretteerde verwees door het dragen van een klassiek kostuum en de aanwezigheid van attributen naar een personage met wie hij of zij zich verbonden voelde. Echtparen die zich lieten afbeelden als het bijbelse paar Isaac en Rebecca refereerden aan de huwelijkse trouw. Bijbelse verhalen over ethisch gedrag werden bijvoorbeeld gebruikt voor groepsportretten van charitatieve instellingen. De verhalen uit de mythologie boden ook mogelijkheden. Venus was als godin van de liefde populair als het om de liefde van de man voor de vrouw ging. Minerva was als godin van de wijsheid geschikt om moeders als onderwijzeres van haar kinderen weer te geven. Andere mythologische rolmodellen waren Diana, de godin van de jacht, en de held Hercules. De dames verschenen als Diana, met half ontblote borst en een pijlenkoker op de rug, terwijl de heren zich met knots en leeuwenhuid met Hercules identificeerden. Voor gestorven kinderen diende het verhaal van de roof van Ganymedes – die door oppergod Jupiter naar de hemel was ontvoerd – als symbool. In het familieportret stonden de deugden centraal: elk van de gezinsleden vertegenwoordigden een bepaalde deugd. Portretten van moeders met kleine kinderen symboliseerden de deugd Caritas, naastenliefde.

