Lezingenavond: humoristische voorstelling uit de prent en schilderkunst in de Gouden Eeuw

Datum: dinsdag 16 januari 2018
Avondprogramma met twee lezingen van ca. 45 min.
Locatie: Hoofdwacht, Grote Markt 17, Haarlem
Aanvang 19.30 uur
Kosten: € 15,-
Aanmelden: klik op onderstaand blauwe knop

Booking ended

Twee lezingen naar aanleiding van de tentoonstelling Kunst van het lachen in het Frans Hals Museum. In deze verhalen gaan Thera Folmer-von Oven en Michiel Kersten in op komische, vaak kolderieke voorstellingen en stellen de vraag wat een zeventiende-eeuwers hierbij gedacht kunnen hebben.

De lezing van Thera Folmer-von Oven heet Humor in de prentkunst van de Gouden Eeuw: tot lering en vermaak. De betekenis van humoristische voorstellingen in de schilderkunst is niet altijd makkelijk te duiden. Veel onderwerpen zijn ontleend aan de prentkunst. Met name de emblematabundels (dat zijn prentenboeken waarin de betekenis van de voorstelling wordt uitgelegd) zijn een belangrijke bron van onze kennis over etiquette en de do’s en dont’s in de zeventiende eeuw. Humor gaat immers vaak hand in hand met de moraal. Deze lezing over de prentkunst gaat over het glibberige pad der liefde, losbollen, vrouwen die de broek aan hebben, dronkenlappen en oude besjes. En wat wij daar allemaal van kunnen leren!

Een lezing van Michiel Kersten gaat over zeventiende-eeuwse humor aan de hand van boertige schilderijen, tekeningen, prenten, liedjes en kluchten. Wat maakte dat de zeventiende-eeuwers zo verzot waren op deze platte taferelen met feestende boeren. Honderden en honderden zijn er geschilderd door Adriaen Brouwer, Adriaen en Isack van Ostade, Cornelis Bega, Jan Steen, Cornelis Dusart en vele anderen. De zeventiende-eeuwer lijkt geen genoeg gekregen te hebben van dit platte boerse vermaak, want behalve schilderijen zijn er duizenden prenten en kluchten gedrukt waar de stadsbewoners geschaterlacht om moeten hebben, vol scabreuze kwinkslagen en oliedomme, goedgelovige boertjes die zich door jan-en-alleman laten bedriegen. Onze zeventiende-eeuwse voorouders vonden het allemaal heel komisch