-Coba Ritsema: oog voor kleur


Rijksakademie
Coba Ritsema (Haarlem 26-6-1876 – Amsterdam 13-12-1961) groeide uit tot een van de belangrijkste Nederlandse kunstenaressen van de 20e eeuw. Haar weg naar erkenning begon op jonge leeftijd aan de Haarlemse School voor Kunstnijverheid, gevolgd door een gedegen opleiding aan de Rijksakademie van Beeldende Kunsten in Amsterdam, waar ze onder leiding van o.a. professor August Allebé haar artistieke fundament legde. Haar talent werd al vroeg herkend, en met haar krachtige, herkenbare toets en meesterlijk kleurgebruik maakte ze naam als portret- en stillevenschilder.

Portret door Coba Ritsema

Amsterdamse Joffers
Ritsema ontwikkelde zich tot een centrale figuur binnen de groep vrouwelijke kunstenaars die later bekend zou worden als de Amsterdamsche Joffers – zelfstandige, hoogopgeleide vrouwen met een gedeelde liefde voor het vak en een leven gewijd aan de kunst. Zij vonden elkaar in ateliers, kunstenaarsverenigingen als Arti et Amicitiae, en gezamenlijke tentoonstellingen. Ritsema bleef haar eigen pad volgen, gedreven door een diep gevoel voor ambacht en een streven naar technische perfectie. Ze exposeerde veelvuldig, ook internationaal, en verwierf een trouw publiek.

Prijzen
Hoewel ze het feminisme nooit nadrukkelijk uitdroeg, droeg Ritsema door haar onafhankelijke levenshouding en constante kwaliteit onmiskenbaar bij aan de positie van vrouwen in de kunst. Haar werk werd bekroond met onder andere een bronzen medaille op de Wereldtentoonstelling in Brussel (1910) en de prestigieuze Rembrandtprijs in 1957.

Stillevens en portretten
Ritsema focuste vooral op stillevens en portretten; onderwerpen waarin zij de intimiteit, rust en verfijning wist te vangen. Ze schilderde met een brede, krachtige toets, zonder modieuze experimenten, maar met een tijdloze overtuigingskracht. Haar stijl ontwikkelde zich van donker en ingetogen naar lichter en kleurrijker, zonder haar artistieke integriteit te verliezen. Kritiek kreeg ze zelden; bewondering des te meer. Niet voor niets werd zij binnen de kring van de Joffers door collega Lizzy Ansingh omschreven als “’t knapste kind van de klas”.

Tijdloze schoonheid
Tot op hoge leeftijd werkte Ritsema in haar atelier aan het Singel, waar zij door kunstliefhebbers en journalisten werd opgezocht. Zij leidde een rustig, gedisciplineerd leven, gewijd aan de kunst, met muziek als haar metgezel. Haar oeuvre, verspreid over diverse Nederlandse musea, getuigt van een zeldzame combinatie van technische kunde, innerlijke rust en tijdloze schoonheid.